
Geblesseerde handballers vinden in rolstoelhandbal bij Quintus een nieuw spel en willen anderen overtuigen
Eric (60), Maribel (32) en Mario (53) leefden voor het handbal, maar door blessures konden ze hun favoriete sport eigenlijk niet meer uitoefenen. Tot ze in aanraking kwamen met het rolstoelhandbal. Nu hopen ze andere mensen te kunnen overtuigen van hun sportplezier.
Het is al bijna twintig jaar geleden dat Eric de Munck moest stoppen met regulier handbal. Een hele ‘rits’ blessures maakten het onmogelijk om verder te gaan. Inmiddels heeft de Westlander twee nieuwe knieën maar terug in het ‘normale’ veld zou onverstandig zijn. Een vriend van hem raadde rolstoelhandbal aan.
De Munck is niet de enige die niet-rolstoelgebonden is maar wel meespeelt in het rolstoelhandbalteam van Quintus in Kwintsheul. Ook Maribel de Groot (32) en Mario Verbraeken (53) maken deel uit van de formatie. Het drietal zit in hetzelfde schuitje: blessures speelden hen allemaal parten.
Om mee te kunnen doen leerde het drietal eerst omgaan met een rolstoel. Dat gaat niet zomaar, vertelt De Munck. “Het handballen verleer je niet zo snel. Maar het omgaan met een rolstoel is best een ding.”
Tegelijk
De spelers moeten rollen met de rolstoel, stuiteren met de bal en gooien tegelijk. “Je moet allemaal manoeuvres leren maken want je bent tijdelijk je benen kwijt.”
Toch is het volgens Verbraeken de ideale combinatie. Hij handbalt al sinds zijn vijfde bij Quintus maar kan vanwege versleten enkels niet meer meedoen aan het reguliere spel. “Het rolstoelhandbal is nieuw en actief maar tegelijkertijd ook het spel waar ik al mijn hele leven mee bezig ben. Ik vind het leuk en uitdagend.”
De tactiek bij het rolstoelhandbal is hetzelfde als bij het reguliere spel. Het grote verschil zit in de beweging. „Je bent minder wendbaar in een rolstoel”, legt De Munck uit.
Verschillen
Maar er zijn ook kleinere verschillen, weet het drietal. Dat wordt op een trainingsavond zichtbaar. „Nu gaan we warmrollen”, klinkt het in de zaal. De banden over de voeten, de benen en over de heupen zijn aangesnoerd. De eerste keer dat Maribel de Groot (32) dit hoorde lag ze in een deuk.
„Je geniet op een heel andere manier van de sport”, vertelt De Groot, oud-lid van Verburch in Poeldijk. Zij moest vanwege een blessure aan haar achillespees een lange tijd in een rolstoel zitten. Om niet te stoppen met bewegen sloot ze zich aan bij het rolstoelhandbalteam van Quintus. „Eigenlijk een rivaal maar zo kon ik tenminste wel blijven spelen.”
Eén training was genoeg om haar ervan te overtuigen mee te doen. „Ik ben een hele tijd niet meer weggegaan.” Toch gaat de 32-jarige als ze herstelt is van haar blessure weer terug naar het reguliere spel. „Met mijn leeftijd wilde ik zo lang als ik kon nog door spelen vandaar dat ik terug ging. Nu ben ik voor mijn werk helemaal gestopt met handbal en ga ik misschien wel weer rolstoelhandballen.”
Eén ding hebben de spelers gemeen: ze missen het handbal als ze niet spelen. Over terugkeren naar het ‘normale’ handbal twijfelt De Munck niet meer. „Met mijn leeftijd en mankementen is dat een uitdaging. Tuurlijk blijft het altijd kriebelen maar eigenlijk is rolstoelhandbal net zo leuk.”
Ze zijn onder de indruk van het kunnen van hun medespelers. „Er zijn teamgenoten die met veel moeite van de ene stoel naar de andere verplaatsen”, vertelt Verbraeken. „Maar als je eenmaal aan het handballen bent, merk je daar niets van. Zodra de bal in het spel is gaan ze ervoor. Daar heb ik veel respect voor.”
De drie hopen dat meer (oud-)handballers zich durven aan te sluiten bij het rolstoelhandbal. „Misschien dat mensen de rolstoel als een drempel zien”, denkt De Groot. „Maar dat is echt zonde. Zeker als je geblesseerd bent, is dit een mooie oplossing.”
Tekst: AD Sport – Frouke van der Heijde






